In de supermarkt wordt steeds vaker gesproken over onbewerkt, bewerkt en ultra-bewerkt eten. Daardoor ontstaat al snel het idee dat onbewerkt altijd gezond is en sterk bewerkt altijd ongezond. Toch klopt dat niet helemaal. Onderzoek laat zien dat veel ultra-bewerkt eten vaak samenhangt met een minder gezond voedingspatroon, maar dat de mate van bewerking niet genoeg is om één product goed te beoordelen.
Bijna al ons eten is bewerkt
Bewerking klinkt negatief, maar eigenlijk wordt heel veel eten op een bepaalde manier bewerkt. Groente wordt gewassen en gesneden, melk wordt verhit om het veilig te maken en meel, water en gist worden gemengd en gebakken tot brood. Dat maakt die producten niet automatisch ongezond. Bewerking kan juist nuttig zijn. Het kan je voeding veiliger maken, langer houdbaar of makkelijker te gebruiken. Bij ultra-bewerkte producten gaat het meestal een stap verder. Die bevatten vaak veel verschillende ingrediënten en toevoegingen. Denk aan frisdrank, koek, chips, repen en kant-en-klaarmaaltijden.
Waarom is er dan zoveel aandacht voor ultra-bewerkt eten?
Daar is wel een goede reden voor. Onderzoek laat zien dat mensen die veel ultra-bewerkte voeding eten gemiddeld vaker gezondheidsproblemen hebben, zoals diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Veel van die producten bevatten relatief veel suiker, zout, verzadigd vet of calorieën en juist weinig vezels, vitamines en mineralen. Denk aan koek, snoep, frisdrank en snacks. Maar daar zit meteen de nuance: niet elk ultra-bewerkt product is hetzelfde.
Sterk bewerkt kan soms prima passen
Een product kan bewerkt zijn en toch goed binnen een gezond voedingspatroon passen. Denk bijvoorbeeld aan halvarine, brood met extra vezels, 0% suiker toegevoegd yoghurtdrinks of gedroogd fruit. Daarom is het slimmer om niet alleen te kijken naar hoe iets is gemaakt, maar ook naar wat erin zit.
En onbewerkt is niet automatisch gezond
Andersom werkt het net zo. Een product kan weinig bewerkt zijn en toch niet iets zijn waarvan je veel nodig hebt. Denk aan tarwebloem, roomboter, honing of vers rundergehakt. Die zijn weinig bewerkt, maar zijn hoog in verzadigd vet of suiker, of juist laag in vezels. De woorden natuurlijk en onbewerkt zijn dus geen gezondheidskeurmerk.
Waar kun je dan wél op letten?
Kijk eerst naar wat voor product het is. Is het iets wat van zichzelf veel voedingsstoffen bevat, zoals volkorengranen, groente, fruit, peulvruchten, noten of zuivel? Kijk daarna naar de voedingswaardetabel. Kijk en vergelijk! Let vooral op:
- vezels;
- suiker;
- verzadigd vet;
- zout;
- calorieën;
- eiwit.
Bekijk ook de ingrediëntenlijst. Staat suiker, siroop of vet heel hoog in de lijst? Dan zit er relatief veel van in. En misschien nog belangrijker: kijk naar hoe vaak je het eet. Een koekje of kant-en-klaarproduct af en toe is iets anders dan wanneer het grootste deel van je voeding daaruit bestaat. De Kies ik Gezond app van het Voedingscentrum kan je hier bij helpen.
Denk in je hele voedingspatroon
Dat is uiteindelijk de belangrijkste boodschap. Gezondheid wordt niet bepaald door één product, maar door wat je meestal eet. Een bewerkt volkorenbrood kan prima dagelijks passen. Een onbewerkt product is niet automatisch onbeperkt gezond. En een keer chips of koek maakt je voedingspatroon niet ineens slecht. Veel ultra-bewerkt eten hangt samen met minder gunstige gezondheid, maar het label alleen vertelt niet het hele verhaal. Kijk daarom niet alleen naar hoeveel een product is bewerkt, maar vooral naar wat erin zit, hoeveel je ervan eet en hoe het past in de rest van je voeding. Dat geeft uiteindelijk veel meer informatie dan het simpele label ‘bewerkt’ of ‘onbewerkt’.
